![]() |
||
Spelletjes Speelgoedbootjes Prestaties op het water, zeeslagen en tochten over de Atlantische Oceaan konden ook in de woonkamer plaatsvinden: hiervoor bestonden er boten en schepen die over de grond konden rollen, waarbij men ten dele zelfs niet de moeite had gedaan om de wielen te camoufleren. Zo passen vier sportlieden hun roeisnelheid aan bij de snelheid waarmee men ze over de grond trok: hun armen waren via een as met wielen van een boot verbonden. Ook maakte Edward R. Ives in Bridgeport/Connecticut uurwerkbootjes. Hij kreeg in 1869 patent op een bootje waarin een roeier zat. Hij onderscheidt zich omdat hij origineel was, interessant en zijn speelgoed van goede kwaliteit was. De opkomst van de fabricage van speelgoedbootjes in grote aantallen begon in feite in 1879. De eerste onderscheiding kreeg de firma Radiquet uit Parijs. (In 1889 fuseerde dit bedrijf met een zekere Massiot.) Hun bootje bestond uit een ketel van messing, precies gevormde ventielen en kranen en de machine was aangebracht in een met mahoniehout bekleed dek. Dit was die speciale stijl die helemaal in de 19e eeuw paste. Duitse producten - ook met stoomaandrijving - gingen stilistisch en economisch andere wegen. De van de export afhankelijke Duitse speelgoedindustrie steunde op de serieproductie en had op het gebied van de scheepsbouw een aanzienlijk uitgebreider programma van eenvoudige bootjes tot dure exemplaren. Heel eenvoudig maar mooi waren de bootjes van Schoenner, Plank en Carette. Deze drijvende stoommachines werden, al naar gelang de prijsklasse, steeds meer aangekleed. Als er een zonnescherm van geperst blik op werd aangebracht, dan ontstond er een kleine rivierboot met commandobrug, reling en een tweede schoorsteen, een zgn. "salonschroefboot". Een langgerekte romp met reling, zijgeschut, lanceerbuis en korte schoorsteen leverden een torpedoboot op. Schoenner bracht in 1900 één van die snelle oorlogsboten met twee stoomcilinders en dubbele schroeven op de markt en wel met een lengte van 96 cm.! Eveneens uit Neurenberg afkomstig, waren Jean Fleischmann en Karl Arnold die een ruime collectie bootjes in productie hadden: handbeschilderde bootjes, oceaanstomers, onderzeeërs en roeibootjes. Een aanzienlijk betere oplossing had de firma Plank voor de synthese van land- en watervoertuigen: in 1902 bracht hij een Jules Verne-achtig tussenproduct op de markt. Het 25 cm. lange voertuig had vier geperste wielen met spaken, een kajakvormige romp, het vaart in het water en rijdt in een snel tempo over land. Speelgoedboten zijn derhalve een wereld op zichzelf. De opwinding hierover verhaalt van een eeuwenoud verlangen om in schepen de zee op te gaan, naar verre landen te varen, of om slag te leveren met keizerlijke vloten. Badkuipen en vijvers werden tot drukke havens of meedogenloos hoge zeeën, woeste marine strijdperken of alleen maar stille wateren voor pleziervaart. | Spelletjes
| |